De binnentuin (vervolg)

Ido Rood

Share Post:

… De jonge vrouw kijkt hem streng aan en doet langzaam de poort dicht. De kleine man steekt nog snel zijn sandaal ertussen en zegt: ‘Zou ik één bloem mee naar huis mogen nemen, echt eentje maar, alstublieft mevrouw?’ In zijn onschuld kijkt hij verwachtingsvol naar de ander. ‘Echt niet, kwajongen, denk eerst maar eens een jaartje of zo na over wat je zojuist gedaan hebt!’ De vrouw steekt slim haar linkervoet onder zijn sandaal, wipt hem er tussenuit en sluit met een luide bonk de poort.

De jongen loopt teleurgesteld naar huis. Nou ja, teleurgesteld, hij is wel mooi alleen over de muur geklommen en heeft wel mooi zelf een kijkje genomen in de binnentuin. Maar hij kan het niemand vertellen, omdat hij het stiekum heeft gedaan, dat knaagt aan hem. Hij zal maar een tijdje uit de buurt blijven van dat grote huis.

Het jaar erop loopt alles anders dan verwacht. Eerst wordt zijn zusje heel ziek en moet hij voor haar zorgen. Dan is er een hele hete en droge zomer en raken ze een paar geiten kwijt en hebben amper iets te eten. Gelukkig komt er in het najaar een onbekende weldoener naar het dorp die alle kinderen gratis fruit en groente geeft.

Op school leert de jongen veel over de natuur en het klimaat. De wederopstandingsplant vindt hij toch wel de meest bijzondere plant die hij leert kennen. Die kan wel zeven jaar zonder regen overleven in de woestijn en dan na slechts een buitje helemaal tot bloei komen. Zo bijzonder vindt hij dat.

Het jaar erna zwerft hij weer eens alleen rond door de rode heuvels achter het dorp. Hij klimt op de hoogste rots en kijkt uit over de omgeving. Daar ziet hij het grote huis met de mooie binnentuin nog staan, hij was het bijna vergeten. Het lijkt er vanaf hier anders uit te zien, alsof de muur minder muur is of zoiets. Zijn nieuwsgierigheid wint het opnieuw van zijn terughoudendheid en hij loopt er vlot naartoe.

In de hitte van de namiddag nadert hij de poort, tenminste hij loopt op een poort af, maar die zat hier de vorige keer toch niet? De jongen maakt verbaasd een omtrekkende beweging en tot zijn verrassing ziet hij aan de oostkant nog een poort. De poort aan de noordkant is de originele deur waar hij de vorige keer zijn voet tussen gestoken had en als hij nog even doorloopt, staat hij vervolgens voor nog een poort, maar dan aan de westkant van de ommuurde woning. Dan hoort hij ineens het geelgroene vogeltje weer fluiten: ‘Toedan, toedandan!’ Wat bijzonder allemaal, denkt de jongen en hij besluit om maar gewoon aan te kloppen, nu hij er toch is.

Er doet een veel oudere vrouw dan de vorige keer open, achter haar hoort hij kinderstemmen roepen. De vrouw kijkt hem observerend aan, van top tot teen en terug. ‘Zeg het eens jongeman, wat brengt jou hier?’ Een beetje van slag door deze onverwachte ontmoeting kijkt hij wat onzeker om zich heen, dan herpakt hij zich en zegt: ‘Dag mevrouw de mevrouw, ik zou graag jullie mooie binnentuin willen bekijken, als dat kan,’ en vervolgens floept hij eruit: ‘en graag iets drinken uit de bron, want ik heb een hele droge mond,’ zijn stem hapert: ‘euh, als dat mag natuurlijk.’

De vrouw zwaait de poort vriendelijk open en maakt met haar rechterarm een gebaar naar binnen. ‘Wees welkom jongeman, kijk rustig even rond, dan haal ik een beker met wat drinken voor je. Doe je de poort achter je dicht? Mijn kleinkinderen mogen niet naar buiten, daar zijn ze nog te ongeoefend voor.’

De jongen kijkt zijn ogen uit, hij voelt en ruikt aan alle bloemen en planten en al dwalend belandt hij bij de bron. Hij gaat naast de kleinkinderen op een grote mat zitten en krijgt een mooie metalen mok met vers water en een rood vruchtje erin. ‘Dat is tegen de dorst,’ zegt de vrouw.

Even later loopt ze met hem mee naar de westpoort en vraagt hem nog even te wachten. Hij krijgt een grote bruine bol, een soort dode bloemkool in zijn handen gedrukt. ‘Alsjeblieft jongeman, ik denk dat jij wel weet wat je hiermee kunt doen, thuis!’ Ze glimlacht vriendelijk: ‘Deze bijzondere plant heeft mijn man een paar jaar geleden meegenomen van een verre reis, nu is hij voor jou.’

De jongen loopt opgetogen naar huis. Zou het echt? Heeft hij nu een heuse Roos van Jericho in handen? Hij zet de bruine bol thuis in een diepe kom met water en gaat verwachtingsvol slapen. Wat zou de morgen hem brengen?

Ido, 22 augustus 2024