Brief aan A.

Ido Rood

Share Post:

Bourmont, Frankrijk

Maandag 29 juli 2024

Lieve A,

Ik beantwoord je appje met: jawel, een brief! Het is middag en ik zit hier nu in de volle zon in de tuin. Het zweet kruipt over mijn hoofdhuid onder mijn pet vandaan langs mijn bakkebaarden omlaag. De vlekken in deze brief zijn dus zweetdruppels en geen tranen, mocht je dat denken.

Ik heb enorm genoten van jouw foto’s uit de Noordkaap, waar de nacht maar niet donker wilde worden, wat een prachtig landschap is dat. Gaan we daar de volgende keer samen heen? Maar dan veel langer dan jij nu was, iets van zes weken ofzo. Lijkt me heerlijk met jou.

Rechts naast me ligt iemand languit in bikini in haar boekje te schrijven. Ook ouderwets met pen en papier, net als ik. Links van me zit een vrouw met een koptelefoon op hard te typen op haar laptop. Het geluid is monotoon en geruststellend, misschien zelfs jaloersmakend, omdat zij in één zucht door haar verhaal schrijft. Mij lukt dat niet, niet nu, niet hier. De klaptafel piept en kraakt, de wind raast onrustig door de boomtoppen in de tuin en doet me steeds opkijken. Dan zie ik de zwaluwen rondscheren tegen de vaagblauwe lucht en hoor ik mezelf ademen. Gelukkig geen last van muggen.

Het is hier in Frankrijk zo anders dan thuis. Natuurlijk komt dat deels door het glooiende en soms sterk geaccidenteerde landschap van de Champagne-Ardennen waar we gisteren dwars doorheen reden. Ik waande me de hoofdrolspeler in een ‘good old roadmovie’ samen met de dames in mijn auto. Over wegen met onvoorspelbare bochten en steeds weer nieuwe uitzichten op bos en akkerland waar al volop geoogst wordt. Wegen waarboven de hitte van de zon fata morgana’s creëert die je vervolgens aan stukken rijdt. Wegen die beduidend slechter zijn dan in Nederland, wat zo nu en dan een gemiste slok water of gemorste hap krentenbol veroorzaakt. Met de raampjes wijd open vanwege de kapotte airco sneden we door het landschap, pratend over het leven, de liefde en de toekomst. Ook over thuis en dat wat je achterlaat als je op reis gaat. Wanneer zien wij elkaar trouwens weer? Laten we snel iets afspreken wanneer ik thuis ben over een kleine drie weken.

Ondertussen ben ik in de schaduw onder een reus van een lindeboom gaan zitten. Blij met de vlagen wind die mijn warme, vochtige huid afkoelen. Ik moet niet vergeten extra te drinken straks, dat is me gisteren namelijk niet goed gelukt, waardoor ik vanochtend amper kon plassen, sukkel die ik ben. Maar geluk bij een ongeluk, want voor de WC moet ik mijn kamer uit, buiten over het terras, een klein stenen trapje en nog een gewone trap op. Dus ik drink liever niet te veel deze dagen.

Het is echt een heel mooi oud gebouw waar we in verblijven, een zogenaamde notariswoning die van een adellijke lakenhandelaar is geweest, of eigenlijk twee grote aan elkaar gemetselde achttiende-eeuwse villa’s van drie verdiepingen. Het is er lekker koel binnen door de dikke muren, de luiken voor de ramen en de enorme uit de berg gehakte kelders en stallen onder het gebouw. Wel ruikt alles er muf en sluiten de ouderwets beslagen deuren en ramen niet helemaal. Toch voelt het prettig, als een veel gedragen jas die je maar niet weg wil doen, zeg maar. Over jassen gesproken, ben je nog steeds blij dat ik je bij het inpakken heb aangeraden toch een winterjas mee te nemen naar Lapland?

A’tje, we zouden het niet meer te veel over lekker eten hebben met elkaar,  ik weet het, maar je raadt vast wel wat ik vandaag als lunch heb gegeten. Nou, nou …? Juist: gebakken brie met honing, jouw lievelingslunch. En dat op een net geroosterd Frans stokbrood. Eerst die geur van gesmolten kaas, dan dat zoete van de honing op je tong en als laatste het knisperende brood tussen je tanden. Ik kon letterlijk mezelf niet meer horen denken tijdens het kauwen. Alleen maar genieten 😊.

Hé meisje, we gaan zo met een paar mensen naar de supermarkt in een stadje zo’n 20 kilometer verderop, dus ik ga afronden. Hier beneden in het dorp is nog maar één bakker en één café, verder is het plaatsje behoorlijk uitgestorven. Op de berg in het oude deel waar wij zitten, staat zo’n vijftig procent van de huizen leeg, sommige panden zijn al volledig verkrot. Dat ziet er echt niet uit: vies, kapot, triest en afgedankt. Hoop dat daar in de toekomst iets aan verandert, want als alles weer bewoond is, zou ik daar dolgraag tussen zitten, wat jij?

Dus voor nu een dikke kus van mij en ik schrijf je volgende week nog een nieuwe brief.

Liefs,

Ido, 29 juli ’24