Citytrip
Omvergewalmd door de stad loop ik nog op ontbijtei, koffie, afgebakken brood botsende parfums van twee dames tegemoet in een rolkofferparade van het station naar
Omvergewalmd door de stad loop ik nog op ontbijtei, koffie, afgebakken brood botsende parfums van twee dames tegemoet in een rolkofferparade van het station naar
Dit huis waar muizen trappen lopen over gietijzeren balustraderanden Dit huis waar mos van dakpannen spoelt en als dode vogels neervalt op het terras voor
In het dorpje in de woestijn staan maar vijf bomen. Twee bij de waterput, twee op het plein en één bij het huisje van oude
Niet de kat, maar ik krab aan de deur Aan het deurtje van mijn hart, maar Er zit een hele zware dranger op of Ik
Piep kraak … piep kraak … zo weerkaatste het knerpende geluid van de grote, oude fietswielen door de straat. Voorop zat een grote bak en
Wat zou ik graag dichtbij zijn, dicht bij mezelf zijn en warm van binnen, van binnen aangeraakt door buiten, door buiten vol aanwezig te zijn.
Some goodbyes come with hellos” De Drempelaars, wie kent ze niet? Bijna niemand en toch ook weer iedereen. Drempelaars zijn kleine wezentjes, watervlug, die leven
Ik heb nog steeds het idee Dat het niet lekt langs het plafond Maar dat de natte plekken op mijn kussen De neerslag zijn van
Ik nodig jullie allemaal uit in mijn boomgaard op een mooie, zwoele zomeravond. Je ziet het fruit al aan de bomen hangen en er komt
Ik stond op de tramhalte en zag je schuiven elke namiddag het standbeeld in het park te hoog om op te winden de reis naar