De jongen met de lamp
Het was een mooie groep zo bij elkaar. Het voelde nog wat onwennig, maar er hing iets in de lucht van saamhorigheid. Fijn ook al
Het was een mooie groep zo bij elkaar. Het voelde nog wat onwennig, maar er hing iets in de lucht van saamhorigheid. Fijn ook al
Als ik nestel in mijn boom In de top van mijn kersenboom Dan zie ik je opwaaien en zoeken Om mensen heen draaien dansen En
Hij loopt moeizaam de deur door en gaat zachtjes kreunend zitten in de stoel tegenover me. Je kan aan zijn houding zien dat het leven
Soms mis ik vantevoren het geloof De overtuiging dat Je na afloop alles nog kunt schrappen Waardoor ik maar niet begin Niet schrijf Niet denk
‘Trrringgg!’ Er wordt aangebeld. Ik loop de gang in en open de voordeur. Een grote zwarte schim vult de hele deuropening. Ik schrik! En gelijk
De meisjes van toen zijn de oma’s van nu en ze dansen nog steeds op popmuziek swingen met hun heupen verleidelijk in groepjes of in
Ik knip de aarde los en laat haar zweven of trage baantjes trekken om de zon tot ze knalt Ik heb het draadje nog steeds
Op een bankje zitten in het park aan de rand van de stad en daar luisteren naar de vogels èn de bomen. Als ik er
De februarizon is toch de mooiste omdat hij met zijn stralenkracht het ijs smelt de sneeuw ontdooit de kou verjaagt ook uit je lijf de
Mijn broer en ik schelen niet zoveel qua leeftijd, toch ben ik de jongste thuis en daarmee de drukste en soms ook lastigste volgens mijn