Als je
Als ik naast je zat zou ik je aankijken Tot het blauw in onze ogen overvloeit Ik zou mijn vinger op je mond leggen En
Als ik naast je zat zou ik je aankijken Tot het blauw in onze ogen overvloeit Ik zou mijn vinger op je mond leggen En
In de krant lees ik dat er zoveel angst en depressie is onder de mensen, eenzaamheid en isolement en dat dat komt door het gebrek
(leerling & meester wandelen in het Vondelpark) “Tussen de schuifdeuren door spelen alle volwassenen kinderen uit hun jeugd ontsnapt in grote lijven klein gebleven samen
Bij elke aangeschoven stoel ieder klaargelegd bestek (plus zilveren servetring) bij elke zelfgebakken cake of rol koekjesdeeg (in de koelkast) ieder speciaal verjaardagsgerecht denk ik
De magie van aan je denken is schitterend Omdat je dan voor een groot deel weer bij me bent Ik je dicht naast me voel
De blaadjes sneeuwen losjes van de bomen stuiven op een windvlaag hoog en storten neer het grasveld vol met gele en rode de weg verborgen
Ben jij de BOB? Nee, we gaan met het OV. Ook al vind ik dat geen goed idee, stap ik toch met een paar vrienden
Verstilde schommels boven het gras de uitnodiging vol in beeld een verstomde kinderkreet een verscholen lach wie weet wanneer hier voor het laatst iets is
De zon blijft nog wat hangen in de achtertuin Voordat hij ondergaat zoals altijd in september Zijn kleuren uitkristalliseert in een wijnglas Lichtjes flonkert in
Op de middelbare school kocht je een agenda, in mijn geval elk jaar een Ryam. Die agenda stond tussen de weekplanners met lesuren door vol